Werkkapitaalfinanciering: waarom winst niet hetzelfde is als geld op de bank
Een onderneming kan winst maken en tegelijkertijd onvoldoende liquide middelen beschikbaar hebben. Dat lijkt tegenstrijdig, maar ontstaat regelmatig wanneer geld tijdelijk vastzit in de dagelijkse bedrijfsvoering. Goederen zijn al ingekocht terwijl ze nog niet zijn verkocht. Klanten hebben hun facturen nog niet betaald, terwijl personeel en leveranciers wel moeten worden betaald. Bij snelle groei kan deze behoefte verder toenemen.
Werkkapitaalfinanciering richt zich op het financieren van deze dagelijkse geldstromen. Om een passende oplossing te vinden moet eerst duidelijk zijn waarom de liquiditeitsbehoefte ontstaat en of deze tijdelijk of structureel is.
Wat is werkkapitaal?
Werkkapitaal heeft betrekking op het vermogen dat nodig is om de dagelijkse bedrijfsactiviteiten financieel te ondersteunen. Bij een eenvoudige benadering wordt gekeken naar posten zoals voorraad, debiteuren en crediteuren. Voorraad legt geld vast totdat producten worden verkocht. Debiteuren vertegenwoordigen omzet die al is gerealiseerd maar nog niet door klanten is betaald. Crediteuren geven juist aan welk deel van de inkopen nog niet aan leveranciers is betaald. De timing tussen deze kasstromen bepaalt mede hoeveel geld de onderneming zelf moet voorfinancieren. Hoe langer geld vastzit voordat het weer beschikbaar komt, hoe groter de werkkapitaalbehoefte kan zijn.
Waarom kan groei juist liquiditeitsproblemen veroorzaken?
Meer omzet klinkt financieel positief, maar groei kan eerst geld kosten. Stel dat een onderneming meer opdrachten ontvangt. Om die uit te voeren moeten mogelijk goederen worden ingekocht, medewerkers worden betaald of externe partijen worden ingehuurd. De klant betaalt pas nadat het werk is uitgevoerd en gefactureerd. Daardoor ontstaat tijd tussen de uitgaande en inkomende kasstroom. Wanneer de omzet snel groeit, kan steeds meer geld tegelijkertijd in die cyclus vastzitten. De onderneming kan daardoor winstgevend groeien en toch tegen haar liquiditeitsgrenzen aanlopen. Juist daarom hoort werkkapitaalplanning bij een groeiplan.
Voorraad legt vermogen vast
Voorraad is noodzakelijk voor veel ondernemingen, maar vertegenwoordigt tegelijkertijd geld dat tijdelijk niet beschikbaar is. Een grotere voorraad kan leveringszekerheid verbeteren, maar vraagt ook meer financiering. Daarom is het relevant om te onderzoeken waarom een bepaald voorraadniveau nodig is. Gaat het om snelle groei, langere levertijden, seizoensinkoop of langzaam bewegende artikelen? Niet iedere voorraadbehoefte moet automatisch extern worden gefinancierd. Wanneer een deel van de voorraad structureel nauwelijks wordt verkocht, kan verbetering van voorraadbeheer verstandiger zijn dan aanvullende financiering. Financiering is vooral passend wanneer de onderliggende voorraad economisch noodzakelijk en beheersbaar is.
Debiteuren beïnvloeden de kasstroom
Een gerealiseerde verkoop levert niet automatisch direct geld op. Wanneer klanten op rekening betalen, verstrekt de onderneming feitelijk gedurende de betalingstermijn krediet aan haar afnemers. Een stijgende omzet leidt daardoor vaak ook tot een hogere debiteurenpositie. Ook de snelheid waarmee klanten betalen is belangrijk. Wanneer facturen later worden betaald dan verwacht, neemt de financieringsbehoefte toe zonder dat daar extra omzet tegenover hoeft te staan. Goed debiteurenbeheer is daarom een belangrijk onderdeel van werkkapitaalmanagement.
Werkkapitaalfinanciering kan een gezonde betalingscyclus ondersteunen, maar moet niet worden gebruikt als permanente vervanging voor onvoldoende opvolging van openstaande facturen.
Crediteuren vormen eveneens onderdeel van de cyclus
Leveranciers kunnen een deel van de bedrijfsactiviteiten tijdelijk voorfinancieren doordat betaling pas na levering plaatsvindt. De betaaltermijnen bij leveranciers hebben daardoor invloed op de werkkapitaalbehoefte. Dat betekent niet dat het verstandig is leveranciers standaard zo laat mogelijk te betalen.Goede leveranciersrelaties, betalingskortingen en leveringszekerheid kunnen eveneens waardevol zijn. Het doel is een gezonde balans te vinden tussen inkomende en uitgaande geldstromen.
Wanneer de onderneming klanten veel langere betaaltermijnen geeft dan zij zelf van leveranciers ontvangt, kan een structurele financieringsbehoefte ontstaan.
Tijdelijke of structurele financieringsbehoefte?
Dit onderscheid is essentieel. Een tijdelijke behoefte kan bijvoorbeeld samenhangen met een seizoenspiek, een groot project of een eenmalige voorraadopbouw. Na afloop komt het geld weer vrij en neemt de behoefte af. Een structurele werkkapitaalbehoefte blijft daarentegen onderdeel van het normale bedrijfsmodel. Bij groei kan het structurele niveau bovendien steeds hoger worden. De financieringsvorm moet aansluiten op dit patroon.
Een tijdelijke behoefte langdurig financieren kan inefficiënt zijn, terwijl structurele behoefte uitsluitend met zeer kortlopende middelen kwetsbaarheid kan veroorzaken. Eerst moet daarom worden begrepen hoe de liquiditeitsbehoefte zich door het jaar heen ontwikkelt.
Liquiditeitsplanning maakt de behoefte zichtbaar
Een jaarbegroting kan winst voorspellen, maar maakt niet altijd zichtbaar wanneer geld daadwerkelijk binnenkomt en vertrekt. Een liquiditeitsplanning richt zich juist op timing.
Wanneer worden klanten verwacht te betalen? Wanneer vallen grote inkopen, belastingen, salarissen, investeringen en aflossingen? Door deze geldstromen periodiek vooruit te plannen, wordt eerder zichtbaar waar tekorten kunnen ontstaan. Daarmee kan ook beter worden vastgesteld hoeveel financiering nodig is en gedurende welke periode. Een financieringsvraag die uit een onderbouwde liquiditeitsplanning voortkomt is bedrijfseconomisch sterker dan een aanvraag die pas ontstaat wanneer de bankrekening onverwacht onvoldoende ruimte biedt.
Extra financiering lost geen structureel verlies op
Liquiditeitsproblemen worden niet altijd veroorzaakt door werkkapitaal. Wanneer een onderneming structureel onvoldoende marge maakt of verliesgevend is, kan externe financiering tijdelijk extra ruimte geven zonder het economische probleem op te lossen. Hetzelfde geldt wanneer structureel te veel geld uit de onderneming wordt gehaald of investeringen niet voldoende renderen. Er moet bij een financieringsvraag altijd worden onderzocht waardoor het tekort ontstaat. Is sprake van een gezonde onderneming waarbij timing van kasstromen financiering vraagt? Of wordt financiering gezocht om een structureel tekort in het verdienmodel op te vangen? Dat onderscheid bepaalt of werkkapitaalfinanciering werkelijk een passende oplossing kan zijn.
Groeit uw onderneming terwijl de beschikbare liquiditeit onder druk komt te staan? Een analyse van voorraad, debiteuren, crediteuren en liquiditeitsplanning kan duidelijk maken hoeveel werkkapitaal werkelijk nodig is en of financiering daarvoor een passende oplossing vormt.
Wilt u direct in gesprek met een specialist? Bel 085 0604 700 voor een kennismaking of plan een afspraak in.