Overnamefinanciering: de onderneming moet de overname kunnen dragen
Bij het kopen van een onderneming gaat veel aandacht uit naar de koopsom. Toch is minstens zo belangrijk hoe die koopsom wordt gefinancierd en wat daarvan na de overname de gevolgen zijn. Een overname kan aantrekkelijk lijken zolang alleen naar omzet, winst en verkoopprijs wordt gekeken. Na de overdracht moeten echter ook rente, aflossing, werkkapitaal, investeringen en normale bedrijfsuitgaven worden betaald.
Overnamefinanciering draait daarom niet alleen om het bijeenbrengen van voldoende geld op de transactiedatum. De financieringsstructuur moet ook na de overname financieel houdbaar blijven.
Hoe wordt een bedrijfsovername gefinancierd?
Een overnamefinanciering kan uit verschillende bronnen bestaan. De koper kan eigen middelen inzetten en daarnaast externe financiering aantrekken. Ook kan de verkoper een deel van de koopsom financieren of kan een deel van de betaling onder voorwaarden op een later moment plaatsvinden.
Welke combinatie passend is, hangt af van de onderneming, de koopsom, de financiële positie van de koper en de toekomstige kasstromen. Een financier zal daarbij vooral willen begrijpen hoe de onderneming na de overname functioneert. Kan het bedrijf voldoende kasstroom genereren om de nieuwe financieringslast te dragen? Hoeveel ruimte blijft over voor investeringen en tegenvallers? En welke financiële risico’s ontstaan door de transactie? De financiering van een overname moet al vroeg in het overnameproces worden meegenomen.
Eigen middelen vormen vaak een belangrijk onderdeel
Een koper kan eigen vermogen inbrengen in de transactie. Dat vermindert het bedrag dat extern hoeft te worden gefinancierd en vergroot daarmee doorgaans de financiële buffer. De vraag hoeveel eigen middelen moeten worden ingezet kent echter geen universeel antwoord. Een koper moet ook rekening houden met liquiditeit na de transactie. Wanneer vrijwel alle beschikbare middelen in de koopsom worden gestoken, kan onvoldoende ruimte overblijven voor werkkapitaal, investeringen of onverwachte uitgaven. Er moet niet alleen worden gekeken hoeveel eigen geld beschikbaar is, maar ook hoeveel verstandig is om in de transactie vast te leggen.
Externe financiering moet uit kasstroom kunnen worden terugbetaald
Externe financiering zorgt voor rente- en aflossingsverplichtingen. Daarvoor moet de overgenomen onderneming voldoende vrije kasstroom genereren. Historische resultaten vormen een belangrijk uitgangspunt, maar er moet ook naar de periode na de overname worden gekeken. Verdwijnt de huidige eigenaar uit de onderneming? Moet extra management worden aangenomen? Zijn investeringen uitgesteld? Verandert de beloningsstructuur? Hoeveel werkkapitaal is nodig?
Een onderneming kan op basis van historische winst een aantrekkelijke overname lijken, terwijl de beschikbare kasstroom na correctie voor dergelijke onderdelen aanzienlijk lager ligt. De terugbetalingscapaciteit moet worden beoordeeld op basis van de economische situatie na de transactie.
Welke rol kan verkopersfinanciering spelen?
Bij sommige bedrijfsovernames financiert de verkoper een deel van de koopsom. Dat betekent dat een deel niet direct wordt betaald, maar als verplichting aan de verkoper blijft staan. Voor de koper kan dit de directe externe financieringsbehoefte verminderen. Voor de verkoper betekent het echter dat een deel van de verkoopopbrengst pas later wordt ontvangen en dat daarmee kredietrisico blijft bestaan. Een verkopersfinanciering moet daarom niet worden gezien als “gratis” financiering. Looptijd, aflossing, vergoeding, zekerheden en de positie ten opzichte van andere financiers kunnen relevante onderwerpen zijn. Daarnaast verandert de relatie tussen koper en verkoper. De verkoper is na overdracht niet alleen voormalig aandeelhouder, maar mogelijk ook financier van de nieuwe eigenaar.
Gefaseerde betaling kan risico verdelen
Soms wordt een deel van de koopprijs pas later voldaan of afhankelijk gemaakt van toekomstige omstandigheden of prestaties. Daarmee kan een verschil tussen koper en verkoper over toekomstige verwachtingen gedeeltelijk worden overbrugd. Voor de koper verlaagt een uitgestelde betaling mogelijk de directe financieringsbehoefte. Voor de verkoper betekent dit juist dat niet de volledige prijs op de overdrachtsdatum zeker is ontvangen. Een hogere totale koopprijs met veel toekomstige voorwaarden is daarom niet automatisch aantrekkelijker dan een lager bedrag dat direct beschikbaar komt. De economische waarde van een bieding moet worden beoordeeld inclusief betalingsmoment en risico.
Werkkapitaal na de overname wordt regelmatig onderschat
Naast de koopsom heeft de onderneming geld nodig om normaal te functioneren. Voorraad moet worden aangehouden, medewerkers worden betaald en klanten betalen mogelijk pas nadat goederen of diensten zijn geleverd. Wanneer bij de overname onvoldoende rekening wordt gehouden met het benodigde werkkapitaal, kan kort na de transactie opnieuw financiering nodig zijn. Dat is vooral relevant bij snelgroeiende ondernemingen of bedrijven met grote voorfinancieringsbehoeften.
Een goed overnamefinancieringsmodel kijkt daarom niet alleen naar de balans op de overdrachtsdatum, maar ook naar de verwachte liquiditeitsontwikkeling daarna.
Hoeveel schuld kan de onderneming dragen?
De maximaal beschikbare financiering is niet automatisch hetzelfde als de financiering die verstandig is. Meer schuld kan de benodigde eigen inbreng verminderen, maar verhoogt ook de vaste financiële verplichtingen. Een overgenomen onderneming moet voldoende ruimte houden om tegenvallers op te vangen en noodzakelijke investeringen te doen. Het is daarom verstandig ook een minder gunstig scenario door te rekenen.
Wat gebeurt er wanneer omzet lager uitvalt, marges onder druk komen of een belangrijke investering eerder nodig is? Een financieringsstructuur die uitsluitend werkt wanneer iedere prognose exact wordt gerealiseerd, biedt weinig financiële ruimte.
Financiering en koopprijs beïnvloeden elkaar
Een koper moet voorkomen dat financiering pas wordt onderzocht nadat de prijs feitelijk al is afgesproken. Wanneer blijkt dat de overeengekomen koopsom nauwelijks financierbaar is, ontstaat direct druk op de onderhandelingen. Andersom moet de koopprijs ook niet uitsluitend worden bepaald door wat financierbaar is.
De economische waarde van de onderneming en de financierbaarheid zijn verschillende vragen. Een goede overname brengt deze uiteindelijk bij elkaar in een transactiestructuur die zowel economisch als financieel uitvoerbaar is.
Wilt u een onderneming kopen en weten hoe de overnamesom verantwoord kan worden gefinancierd? Een analyse van de koopsom, kasstromen, eigen middelen en financieringsstructuur kan helpen om de haalbaarheid van de overname vóór definitieve afspraken te beoordelen.
Wilt u direct in gesprek met een specialist? Bel 085 0604 700 voor een kennismaking of plan een afspraak in.